Nieuwsbericht

Vingerwijzen over ingesneeuwde warmtepompen

In de koude winterperiode waarschuwt brancheorganisatie Techniek Nederland warmtepompbezitters om extra aandacht te besteden aan de buitenunit van hun warmtepomp. Vooral bij sneeuw en ijs kan de luchtcirculatie belemmerd raken, wat de werking van de warmtepomp sterk beïnvloedt — of zelfs tot uitval kan leiden. Het probleem roept de vraag op wie dat aan had moeten zien komen. Wat vind jij?

9 januari 2026 | 2 minuten lezen

Waarom sneeuw en ijs problemen kunnen veroorzaken

Een warmtepomp haalt zijn energie uit de buitenlucht. Hiervoor moet lucht vrij rond de buitenunit kunnen circuleren. Als de unit door sneeuw of ijs wordt ondergesneeuwd of geblokkeerd, kan deze onvoldoende lucht aanzuigen en uitblazen — met als gevolg dat de warmtepomp minder efficiënt werkt of helemaal stopt.

Bovendien kan smeltwater dat opnieuw bevriest rond de unit vastvriezen en de ventilatieopeningen blokkeren. In extreme gevallen schakelt de warmtepomp zichzelf uit om schade te voorkomen.

Het roept wel de vraag op: hadden fabrikanten en installateurs dit niet aan moeten zien komen? De taak van de producent is om dit te voorkomen met techniek, maar die is niet verantwoordelijk voor de locatie van de installatie. De installateur is dat wel, maar dat ontslaat de gebruiker er niet van om de installatie sneeuw- en ijsvrij te houden. 

Wat vind jij? Laat het weten er reageer hieronder.

Praktische tips van Techniek Nederland

1. Zorg voor vrije luchtcirculatie rond de unit
Techniek Nederland adviseert om de buitenunit vrij te houden van sneeuw en ijs en voldoende ruimte rondom de unit te houden zodat lucht ongehinderd kan stromen.

2. Plaats de unit niet te dicht bij muren of schuttingen
Een veelgemaakte fout is het plaatsen van de buitenunit te dicht tegen een muur of schutting. Techniek Nederland geeft aan dat de unit idealiter 20–25 cm afstand van een muur moet hebben om de luchtstroom niet te belemmeren.

3. Maak sneeuw met de hand vrij
Bij sneeuwval is het verstandig om de omgeving rondom de unit met een schop of hand sneeuwvrij te maken. Dit voorkomt ophoping bij de onderkant van de unit, wat vaak de oorzaak is van luchtstroomproblemen.

Warmtepomp aan laten, ook tijdens wintersport

Techniek Nederland benadrukt verder dat huiseigenaren de warmtepomp niet uit moeten schakelen als ze voor langere tijd, bijvoorbeeld op wintersport, van huis zijn. Het lijkt misschien logisch om energie te besparen door de thermostaat laag te zetten, maar als een warmtepomp helemaal geen warmte vraagt, bestaat het risico dat leidingen — vooral bij monoblock-systemen — bevriezen en beschadigd raken

Volgens Maurice Roovers is in sommige gevallen ook het inschakelen van de vorstbeveiliging geen garantie voor probleemloze werking. De pomp zal daarnaast op deellast aan het werk moeten om ook de leidingen op minimale temperatuur te houden, zo adviseert hij. 

Functioneren warmtepompen goed in de kou

Ondanks deze aandachtspunten geven experts aan dat warmtepompen tegenwoordig in de meeste gevallen prima functioneren bij strenge vorst. De kwaliteit van installaties is de afgelopen jaren sterk verbeterd, en erkende installateurs weten systemen steeds beter in te regelen.

Ook installateurs signaleren wel dat sneeuwophoping tot problemen kan leiden, vooral als de unit niet voldoende hoog boven de grond is geplaatst (minimaal ±20 cm), of als leidingen bevriezen door onjuiste bediening of extreme temperatuurdalingen.

Daarnaast is het goed om consumenten uitleg te geven over het verschil tussen een warmtepomp en cv. Een warmtepomp presteert vooral op een constante temperatuur, en dat geldt zeker voor zuinige werking. In de meeste gevallen is het voldoende om de thermostaat ’s nachts slechts één of twee graden lager te zetten. Zo kan de warmtepomp ’s ochtends met weinig energie de woning weer op temperatuur brengen, zo geeft Techniek Nederland aan.