Blog

Circulair installeren: hoe je waarde creëert uit financiële restwaarde

Uiteindelijk bepaalt één factor of circulair installeren echt doorbreekt: geld. Zolang circulaire oplossingen duurder lijken dan lineaire alternatieven, blijft opschaling lastig. Maar goed nieuws; de praktijk bewijst dat het kan.
11 september 2026 | 6 minuten lezen

Het financiële plaatje geeft bij projecten in de gebouwde omgeving normaal gesproken de doorslag. Maar we willen allemaal snel over naar circulair ontwerpen, bouwen en installeren. De expertgroep Circulair Installaties van TVVL hield er op 9 september een online Q&A over. Tijdens de Q&A ondervroeg Paul van Dorp Jip van Grinsven en Rob van Willigen naar nieuwe manieren, de stand van zaken en hun ervaringen rond het huishoudboekje van een circulair project.

Circulair?

Circulair installeren betekent dat installaties niet langer worden ontworpen volgens het traditionele principe van produceren, gebruiken en afdanken. In plaats daarvan worden systemen ontwikkeld met hergebruik, onderhoud, demontage en waardebehoud als uitgangspunt.

Waar een lineair model eindigt bij de oplevering van een gebouw, kijkt een circulair model naar de volledige levenscyclus van een installatie:

  • Ontwerp
  • Gebruik
  • Onderhoud
  • Revisie
  • Hergebruik
  • Remanufacturing
  • Terugname

Daarmee verschuift de aandacht van initiële investering naar totale waarde over de gehele levensduur.

Bekijk de webinar hieronder op Youtube:

Cookies accepteren

De video kan niet worden geladen omdat cookies niet geaccepteerd zijn. , of open de video direct via de link hieronder.
Dat is broodnodig, zo betoogt Rob in het webinar, want de lineaire economie is eindig. Dit komt door:

  • Grondstoffenschaarste
  • Stijgende materiaalkosten
  • CO₂-regelgeving
  • ESG-verplichtingen
  • EU-taxonomie
  • Toenemende afval- en vervangingskosten

Juist daarom groeit de aandacht voor circulaire verdienmodellen. De snelle stijging van de brandstofprijs is alleen maar een stimulans daarin.

Circulair installeren is ook een gamechanger voor afschrijving, zo bleek uit het webinar. Want Een van de grootste misverstanden rondom circulariteit is dat het uitsluitend draait om duurzaamheid. In werkelijkheid draait het ook om economische waarde.

Traditioneel worden installaties vaak afgeschreven naar nul euro. Sterker nog: soms brengen ze zelfs kosten met zich mee bij sloop en verwerking.

In een circulair model ontstaat een andere benadering. De gedachte is simpel:

Als een installatie of component na 15, 20 of 30 jaar nog bruikbaar is, waarom zou de boekwaarde dan nul zijn?

Dat leidt tot het concept van financiële restwaarde.

De financiële restwaarde vertegenwoordigt de economische waarde die een product of installatie behoudt aan het einde van zijn eerste gebruiksfase.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Warmtepompen
  • Klimaatplafonds
  • Luchtkanalen
  • Aluminium gevelsystemen
  • Leidingsystemen
  • PV-installaties

Wanneer deze producten goed zijn ontworpen, onderhouden en gedocumenteerd, kunnen ze opnieuw worden ingezet of gereviseerd. Daardoor ontstaat waarde die vandaag al meegenomen kan worden in investeringsbeslissingen.

Praat mee over Circulair Installeren, stel je vraag aan de AI Assistent; meld je aan bij KUBR!

Registreer kosteloos

Financiële restwaarde als motor achter circulair installeren

De vraag die tijdens de webinar voortdurend terugkwam, was eigenlijk heel fundamenteel: hoe maken we circulariteit financieel aantrekkelijk? Want zolang circulaire oplossingen als duurder worden gezien dan traditionele alternatieven, blijft de stap naar grootschalige toepassing lastig.

Volgens Jip van Grinsven ligt een belangrijk deel van het antwoord in financiële restwaarde. Veel gebouweigenaren en publieke organisaties schrijven investeringen nog steeds af naar nul. Een warmtepomp, luchtbehandelingskast of gevel heeft na verloop van tijd boekhoudkundig vaak geen waarde meer, terwijl de werkelijkheid anders kan zijn. Producten en materialen die technisch nog bruikbaar zijn, vertegenwoordigen immers nog steeds economische waarde.

Juist door die waarde zichtbaar te maken ontstaat ruimte voor andere investeringsbeslissingen. Gemeenten en andere vastgoedeigenaren kunnen daardoor anders naar de businesscase van circulaire projecten kijken. Een hogere investering aan de voorkant hoeft dan niet automatisch een hogere financiële last te betekenen, omdat een deel van de investering aan het einde van de levensduur behouden blijft.

Dat klinkt logisch, maar roept direct een nieuwe vraag op: hoe bepaal je dan wat iets over twintig of veertig jaar nog waard is?

Hoe bepaal je de restwaarde van een installatie?

Daar zit volgens Van Grinsven precies de uitdaging. In een volwassen markt wordt waarde bepaald door transacties. Een woningtaxateur kan terugvallen op recente verkopen van vergelijkbare huizen. Voor hergebruikte installaties bestaat zo'n markt nog nauwelijks. Er zijn nog te weinig transacties om op basis van praktijkdata betrouwbare waarderingen te maken.

Daarom is samen met accountants, taxateurs en verschillende marktpartijen een methodiek ontwikkeld die bewust conservatief is opgezet. Niet om de hoogst mogelijke waarde te bepalen, maar juist om een ondergrens vast te stellen waarmee accountants kunnen werken.

In de praktijk wordt eerst gekeken naar de aanschafwaarde van een product. Vervolgens worden verschillende factoren meegenomen die invloed hebben op de uiteindelijke hergebruikwaarde:

  • de technische conditie van het product;
  • de kosten voor demontage en revisie;
  • transport- en opslagkosten;
  • eventuele verliezen tijdens het proces.

Wat overblijft is een voorzichtige inschatting van de financiële restwaarde. Volgens Van Grinsven ligt de werkelijke waarde in veel gevallen waarschijnlijk hoger, maar juist deze terughoudende benadering maakt het mogelijk om de restwaarde daadwerkelijk mee te nemen in financiële besluitvorming.

Waarom losmaakbaarheid zo'n belangrijke rol speelt

Tijdens de discussie bleek al snel dat financiële restwaarde en losmaakbaarheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Een installatie kan technisch gezien nog prima functioneren, maar wanneer de kosten om deze uit een gebouw te halen hoger zijn dan de potentiële opbrengst, verdwijnt de restwaarde alsnog. Daarmee verschuift de aandacht automatisch naar de ontwerpfase.

Als een warmtepomp eenvoudig bereikbaar is, componenten vervangbaar zijn en een systeem modulair is opgebouwd, wordt hergebruik veel eenvoudiger. Niet alleen technisch, maar vooral ook economisch.

Voor installateurs is dat een interessante ontwikkeling. Traditioneel wordt vooral gekeken naar prestaties, investeringskosten en onderhoud. In een circulaire economie komt daar een extra ontwerpcriterium bij: hoe eenvoudig kan dit product over twintig jaar weer uit elkaar worden gehaald?

Volgens zowel Rob van Willigen als Jip van Grinsven ligt daar één van de belangrijkste sleutels voor de komende jaren.

Van eigendom naar prestatie

Een ander belangrijk inzicht uit de webinar was dat circulair installeren niet alleen om techniek draait. De manier waarop installaties worden gefinancierd en gecontracteerd verandert namelijk mee.

Van Willigen ziet een duidelijke verschuiving ontstaan van bezit naar gebruik. In plaats van een installatie aan te schaffen, betalen opdrachtgevers steeds vaker voor de prestatie die een installatie levert. De waarde zit dan niet meer in het eigendom van een warmtepomp, gevel of verlichtingssysteem, maar in het comfort, de energieprestatie of de beschikbaarheid die het systeem biedt.

Dat vraagt om nieuwe samenwerkingen tussen opdrachtgevers, installateurs, fabrikanten en financiers. Producenten worden nadrukkelijker verantwoordelijk voor de prestaties van hun producten gedurende de hele levensduur. Installateurs ontwikkelen zich steeds meer tot beheerders van prestaties en waarde. Tegelijkertijd moeten financiers leren kijken naar langere levenscycli in plaats van uitsluitend naar de traditionele investerings- en afschrijvingstermijnen.

Van Willigen benadrukt daarbij dat de risico's niet verdwijnen. Ze verschuiven alleen. Onzekerheid over toekomstige materiaalprijzen, technologische ontwikkelingen en contractuele afspraken blijven belangrijke aandachtspunten. Juist daarom wordt borging steeds belangrijker. Wie circulaire waarde wil creëren, moet die waarde ook juridisch en financieel vastleggen.

Wat betekent dit concreet voor installateurs?

Voor veel installateurs voelt circulair installeren nog als iets nieuws, terwijl grote delen van de benodigde kennis al aanwezig zijn. Onderhoud, renovatie, vervanging van componenten en levensduurverlenging behoren immers al jarenlang tot de dagelijkse praktijk.

De echte verandering zit daardoor minder in de techniek dan in de manier van denken. Waar voorheen vooral werd gestuurd op investeringskosten, verschuift de aandacht naar totale levensduurkosten en waardebehoud.

Dat vraagt om meer inzicht in de conditie van installaties, betere documentatie van materialen en meer aandacht voor monitoring gedurende de gebruiksfase. Data speelt daarin een steeds grotere rol. Hoe beter een installatie wordt gevolgd, hoe beter kan worden onderbouwd wat de technische staat is en welke waarde een systeem nog vertegenwoordigt.

Van Willigen ziet daarin zelfs een directe link met voorspellend onderhoud. Niet alleen om storingen te voorkomen, maar juist ook om de restwaarde van installaties te maximaliseren.

Waarom circulariteit ook invloed heeft op vastgoedwaarde

Een van de meest interessante inzichten uit de presentatie van Alba Concepts ging verder dan installaties alleen. Circulariteit blijkt namelijk ook invloed te hebben op de marktwaarde van gebouwen.

Taxateurs kijken steeds vaker naar toekomstbestendigheid, onderhoudskosten en risico's. Gebouwen die flexibel zijn ingericht, eenvoudig kunnen worden aangepast en materialen bevatten die hun waarde behouden, worden daarmee aantrekkelijker voor gebruikers en beleggers.

Van Grinsven liet zien dat de eerste onderzoeken voorzichtig wijzen op hogere transactieprijzen voor circulaire gebouwen. De beschikbare datasets zijn nog beperkt, maar de eerste signalen zijn positief. Dat geeft aan dat circulariteit zich niet alleen vertaalt naar lagere milieubelasting, maar mogelijk ook naar een hogere financiële waarde.

Voor de installatiesector is dat relevant. Installaties vormen tegenwoordig een aanzienlijk deel van de totale bouwkosten. Wanneer ook installaties aantoonbaar waarde behouden, kan hun bijdrage aan de marktwaarde van gebouwen aanzienlijk worden.

De volgende stap: van pilots naar praktijk

Zowel Van Willigen als Van Grinsven zijn realistisch over de huidige situatie. Er zijn inmiddels mooie voorbeelden van circulaire businessmodellen met onder meer PV-installaties, gevelsystemen en prestatiecontracten. Toch blijft grootschalige toepassing nog achter.

Volgens Van Willigen zal regelgeving daarbij een belangrijke aanjager worden. Europese wetgeving rond circulariteit en grondstoffengebruik dwingt organisaties steeds nadrukkelijker om over hergebruik en waardebehoud na te denken.

Van Grinsven ziet tegelijkertijd een belangrijke opdracht voor ontwerpers, fabrikanten en installateurs. Hoe meer producten losmaakbaar worden ontworpen, hoe groter de kans dat financiële restwaarde daadwerkelijk ontstaat.

De techniek is daarbij vaak niet het grootste obstakel. De uitdaging zit vooral in het organiseren van de keten, het verzamelen van betrouwbare data en het doorbreken van een lineair systeem dat jarenlang optimaal heeft gefunctioneerd.

Juist daarom is kennisdeling belangrijk. Via de KUBR-community wisselen professionals ervaringen uit over circulair bouwen, installeren en waardebehoud.

Wie wil leren van praktijkvoorbeelden en in gesprek wil met vakgenoten; meld je aan bij KUBR!

Registreer kosteloos